Basiscursus Bridge

 

De Jump heeft inmiddels een reputatie hoog te houden, daar waar het gaat om geïnteresseerden de basis van het bridge (en later ook de vervolgstappen) van het bridge bij te brengen. Door alle ervaringen van de afgelopen jaren, hebben we inmiddels een aardig lesprogramma ontwikkeld. Deze pagina is in principe bedoeld voor iedereen die aan de basiscursus deelneemt en een en ander nog eens rustig wil nalezen. Per les kun je nalezen wat er zoal is besproken en behandeld.

 

 

 

 

Overzicht van de lessen:

Les 1 - introductie Les 4 - het bijbod Les 7 - uitkomen Les 10 - openen op 2 en 3 niveau
Les 2 - handlezen Les 5 - sans Atout Les 8 - het volgbod Les 11 - doublet & kwetsbaarheid
Les 3 - puntenberekening Les 6 - intermezzo Les 9 - conventies Les 12 - speelplan en alg. regels

 


les 1: Introductie

Een algemene sessie: Wat is bridge nu precies. We gaan uitleggen dat het een puntenspel is dat draait om het maken van slagen. Een spel bestaat enerzijds uit een biedronde waarin partners onderzoeken wat zoal de mogelijkheden zijn door zo goed mogelijk hun hand te beschrijven (kracht en verdeling) en anderzijds uit het spelen dan wel tegenspelen van het geboden contract.

Bridge leer je door met enige regelmaat lesboeken ter hand te nemen en vooral door veel te spelen. Als je veel speelt en de fouten (die je gegarandeerd gaat maken) terugzoekt in lesmateriaal om te kijken hoe het beter had gekund, dan ben je echt op weg om bridge te leren. Tijdens de lessen zullen we dan ook veel aandacht besteden aan het 'spelen'. De theorie die op deze pagina wordt uitgelegd betreft meer die van het 'bieden'. Een goede match.

We gaan leren:

  • De rangorde van de kaarten (van hoog naar laag) Aas - Heer - Vrouw - Boer - 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2
  • Je speelt samen met een partner die tegenover je zit, tegen een ander team dat aan weerszijden van je zit. Waar je zit wordt als een windrichting uitgedrukt. Als je 'Noord' zit, zit je partner 'Zuid'. De tegenstanders zitten dan 'Oost-West'.
  • Er zijn 52 kaarten in het spel. Iedereen aan tafel heeft bij het begin dus 13 kaarten in zijn hand.
  • Het begrip 'troef' en de rangorde die de vier troefkleuren tijdens het bieden hebben: als laagste en dan oplopend in rang: , , en tenslotte SA.
  • SA staat voor 'Sans Atout' - zonder troef -. Een spel kan ook zonder een vastgestelde troefkleur worden gespeeld.
  • Bekennen moet.
  • Introeven mag.
  • Het principe van de 'leider' en de 'dummy'. Het uitkomen door de tegenspeler links naast de leider.
  • Het begrip 'slag'. We gaan in deze en andere lessen oefenen in het maken van slagen, want daar draait het in het bridge uiteindelijk om.
  • Het neerleggen van de gespeelde kaarten: verticaal = eigen slag en horizontaal = slag voor tegenpartij.

Bedenk dat bridge niets met klaverjassen te maken heeft. Van beginnende cursisten horen we nog wel eens dat ze erg goed kunnen klaverjassen. Goed, het hebben van kaartinzicht is zeker een pre, maar maak niet de denkfout dat je daarmee al bijna kunt bridgen ook.

     

les 2: handlezen en contracten sluiten

In de tweede les zal nader worden ingegaan op een aantal wezenlijke onderdelen in het bridgespel:

Nadat je de kaarten geteld hebt en het zijn er inderdaad 13 dan open je je hand en sorteert de kaarten vervolgens op kleur en hoogte. Daarna ga je je hand 'lezen':

  • Eerst je punten tellen, waarbij de aas 4, de heer 3,  de vrouw 2 en de  boer 1 punt is (in het bridge bestaan meerdere puntentellingen. Hier bedoelen we dus de kaartpunten: de waarde die aan deze kaarten wordt toegekend).
  • Je hand waarderen. Een verdeling met een lange kleur kan waardevol zijn. 10'en en 9's zijn weliswaar geen punten waard, maar kunnen zeer belangrijk zijn. Dat soort dingen ga je meewegen / incalculeren.
  • Wat zijn honneurs? De A, H, V, B en de 10 worden honneurs genoemd.
  • Wat zijn tophonneurs? Die titel is alleen voor de aas, de heer en de vrouw weggelegd.

Daarnaast gaan we in om andere belangrijke basisprincipes en bridgetermen, zoals:

  • Het openen. Een wezenlijk onderdeel in het bridge. Wat is dat precies? Wanneer wel? Wanneer niet? Wanneer openen we in een kleur en wanneer met 'SA'?
  • Wat is een contract en hoe komt een contract tot stand? Hier leggen we uit dat het bieden net als bij een kunstveiling 'bij opbod' gaat. Met andere woorden: er kan alleen maar hoger geboden worden. Nooit lager. Als er 3 x opeenvolgend gepast is, is het eindcontract vastgesteld. Een voorbeeldje (waarbij duidelijk moet zijn dat Noord en Zuid samen spelen en Oost en West natuurlijk ook):
Noord Oost Zuid West
1 1 pas pas
2 pas 2 pas
pas pas    


Als het na het laatste bod 3 x is gepast, is het eindcontract bepaald. Er wordt niet meer verder geboden. Het eindcontract in dit spel is 2 te spelen door Noord, want die bood deze kleur het eerst. Noord is in dit spel dus de leider. Degene links van de leider komt altijd uit. Dat is Oost in dit geval, waarna Zuid, als partner van de leider zijn kaarten open op tafel legt. Zuid is nu 'de dummy' (of 'de blinde', dat wordt ook wel gezegd). Zie onderstaande afbeelding.

(en voor de duidelijkheid: een dummy doet in een spel nagenoeg niet mee; hij moet zijn kaarten alléén op aanwijzing van de leider spelen. De dummy mag dus nooit zelf een kaart spelen of zelfs maar een speelwijze suggereren.)

En hoeveel slagen moet je dan halen als 2  het te spelen contract is?  Dat leren we in les 3.

 


Les 3: Punten tellen en bonussen incasseren

Deze derde les staat in het teken van de puntenberekening van een geboden en uit te spelen contract. We weten inmiddels dat het laagst mogelijke contract 1 is en de hoogst mogelijke (en de ultieme droom van iedere bridger) 7SA. Lees het onderstaande gewoon rustig door. Het lijkt ingewikkelder dan het is.

  • De puntentelling gaat in na de zesde slag, dus vanaf de zevende slag! Er bestaan geen contracten die erop gebaseerd zijn dat je 1, 2, 3, 4, 5 of 6 slagen moet halen, al of niet met een vastgestelde troefkleur. Het begint bij het halen van minimaal 7 slagen:
  • Als het eindcontract 1 is, betekent dat dat je 6 (dat is dus de basis) + 1 = 7 slagen moet halen met als troefkleur.
  • Als het eindcontract 4 is, betekent dat dat je 6 + 4 = 10 slagen moet halen met als troefkleur.
  • Als het contract 7SA is, betekent dat dat je 6 + 7 = 13 (en daarmee alle) slagen moet halen zonder een vastgestelde troefkleur. In het bridgejargon heet dit 'groot slem', in dit specifieke geval: groot slem SA.

Je kunt je voorstellen dat het veiliger is zo laag mogelijk te bieden en zo veel mogelijk slagen te halen maar zo zit het bridge gelukkig niet in elkaar. Er zijn meerdere niveaus in het bieden die bonuspunten opleveren. Deze bonusniveaus zijn achtereenvolgens: de manche, klein slem en (daar is hij weer) groot slem.

Om met de eerste te beginnen gaan we even terug naar de puntenberekening die, zoals gezegd, pas ingaat vanaf de 7e slag.

  • De 7e slag in SA levert 40 punten op. Elke volgende slag (dus de 8e t/m de 13e) leveren 30 punten per gewonnen slag op.
  • De 7e t/m de 13e slag in en = 30 punten per gewonnen slag
  • De 7e t/m de 13e slag in en = 20 punten per gewonnen slag.

Als je nu het niveau biedt dat tenminste 100 punten volgens bovenstaande telling oplevert, ontvang je de (eerste) bonus. Dit is de zogenaamde manchepremie. Het contract dat daarbij geboden is, heet de manche (goed onthouden; komt heel veel voor). Belangrijke voorwaarde om deze bonus te incasseren is dat je dat contract ook haalt!

  • Het contract 3SA (6 + 3 = 9 slagen zonder troef) is de manche, immers 40 + 30 + 30 = 100 punten.
  • De contracten 4 en 4 (6 + 4 = 10 slagen) zijn manches, immers 4 x 30 punten = 120 punten.
  • De contracten 5 en 5 (6 + 5 = 11 slagen) zijn manches, immers 5 x 20 punten = 100 punten.

In de cursus zal veel aandacht worden besteed aan de afweging om naar de manche te gaan of toch maar niet (in dat geval blijf je in de zogenaamde 'deelscore'). Die keuze wordt met name bepaald door de gezamenlijke punten die jij met je partner in handen hebt (zie les 2: puntentelling) en, indien van toepassing, het aantal gezamenlijke troefkaarten.

Een algemene richtlijn hierin is:

  • Voor de 3SA manche heb je gezamenlijk ongeveer 25 punten nodig (op basis van Aas = 4, heer = 3, vrouw = 2, boer = 1, weet u nog?)
  • Voor de 4 of 4 manche heb je gezamenlijk ongeveer 25 punten nodig maar ook een gezamenlijk bezit van minimaal 8 troefkaarten.
  • Voor de 5 of 5 manche heb je gezamenlijk ongeveer 27 punten nodig maar ook een gezamenlijk bezit van minimaal 8 troefkaarten.

Tenslotte kan het ook gebeuren dat een geboden contract niet gehaald wordt (sterker nog: dit gebeurt aan de lopende band). In bridgejargon heet dat down gaan. Down gaan levert minpunten op wat op zich niet erg hoeft te zijn maar daarover later meer.

Een rekenvoorbeeld

Stel je voor: Je speelt een willekeurig contract en je haalt alle (13) slagen. Of dat nu door je briljante spel, het gunstige zitsel, een foutje van de tegenstanders, of door een of ander onverklaarbaar lot komt, maakt in dit voorbeeldje even niet uit:

  • Ben je in de deelscore blijven hangen en dus 1, 2 of 3 als eindcontract had bepaald, dan levert dat met alle overslagen 260 punten op. " Ja maar wacht eens even!" horen wij je zeggen. "De eerste zes slagen tellen niet mee, dus alle slagen in harten levert dan toch 7 x 30 = 210 punten op?"  Heel goed opgelet en helemaal juist, maar je wist nog niet dat ook elke gemaakte deelscore nog een kleine premie van 50 punten uitkeert.
  • Heb je de manche geboden: 4 met drie overslagen (of 5 met twee overslagen) = 510 punten.
  • Kwam je samen met je partner tot klein slem: 6 met een overslag = 1010 punten.
  • En de winnaar is: Groot slem: 7 contract = 1510 punten.

Niet schrikken

Hoe die puntenberekening van premies en bonussen wordt gedaan, daar komen we later op terug. Don't worry! Je kunt de tabellen van de puntentelling overigens in het tabblad 'Bridge' op deze site terugvinden. En schrik ook niet te veel van al die puntentellingen. Gaandeweg wordt het principe je vanzelf duidelijk.

p.s. en voor de kritische lezers die alweer wat verder zijn: we zijn hier inderdaad uitgegaan van een 'niet kwetsbare' situatie.

   

   

Les 4: Het bijbod

In deze les wordt nader ingegaan op het bijbod. Als 'Noord' bijvoorbeeld heeft geopend en diens partner die dus 'Zuid' zit, biedt ook, dan wordt het bod van Zuid een 'bijbod' genoemd. Niet dat een bijbod minder belangrijk is zoals de naam een beetje suggereert. Nee sterker nog: het bijbod is een essentieel onderdeel van de communicatie tussen beide partners om het juiste contract uit te kunnen bieden.

Wanneer partner in een kleur heeft geopend (1, 1, 1 of 1,) gelden voor het bijbod de volgende algemene regels:

  • pas met 0 - 5 punten
  • 1SA met 6 - 9 punten zonder troefsteun en ook geen 4-kaart in een hogere kleur
  • 2 in de openingskleur (bijvoorbeeld 1 - 2): 6 - 9 punten en een 4-kaart troefsteun.
  • 1 in een nieuwe kleur (bijvoorbeeld: 1 - 1): 6 - 27 punten en minimaal een 4-kaart in de geboden kleur (*).
  • 2 in een nieuwe kleur, zonder sprong (bijvoorbeeld 1 - 2): 10 - 27 punten en minimaal een 4-kaart in de geboden kleur (*).
  • 3 in de openingskleur (bijvoorbeeld  1 - 3): 10 - 11 punten en troefsteun. Zo'n bod wordt een limietantwoord genoemd en wil zeggen: "Partner, als je overwaarde hebt, bied dan de manche". Heeft partner geen overwaarde, dan past hij.
  • (Enkelvoudig) sprongbod (bijvoorbeeld 1- 2): 13 - 27 punten en minimaal een fraaie 6-kaart in de kleur (*).

(*) Op een bijbod waar de antwoordende hand tot 27 punten kan hebben, mag de openaar natuurlijk nooit en te nimmer passen! Een dergelijk bod is 'forcing' zoals dat heet.

We praten trouwens over die 27 punten omdat er 40 punten in het spel zitten (4 azen x 4pt; 4 heren x 3pt, etc) en we vooralsnog geleerd hebben dat de openaar minimaal 13 punten in zijn hand heeft en 40 - 13 = 27.

Wanneer partner met 1SA heeft geopend gelden er weer andere regels met betrekking tot het bijbod. Hier komen we in de volgende les op terug.

 

 


Les 5: Sans Atout

Deze les gaat over de al eerder genoemde SA dat staat voor 'Sans Atout'. Frans voor 'zonder troef'.

Wanneer we gaan bieden staat het eindcontract natuurlijk niet direct vast. We gaan immers op zoek naar het beste (lees: het meest lucratieve) contract. Het openingsbod van 1SA heeft daarom een heldere en afgebakende betekenis.

Een 1SA opening betekent:

  • 15, 16 of 17 punten (niet meer en niet minder).
  • Een evenwichtig verdeelde hand, zoals bijvoorbeeld een 4-3-3-3 of 5-3-3-2 verdeling (de vijfkaart vooralsnog in de lage kleuren of ).

Met minder gelijkmatige verdelingen of met meer of minder punten open je géén 1SA!

De antwoorden op partners 1SA opening:
  • pas met 0 - 8 punten
  • 2 is een conventioneel bod dat onder de naam 'Stayman conventie' bekend staat. Conventioneel wil zeggen dat het in dit geval niets zegt over de maar een andere speciale betekenis heeft. Dit wordt in een andere les behandeld.
  • 2, 2 en 2 zijn ook conventionele antwoorden waarmee doorgaans een zogenaamde 'transfer' wordt bedoeld. Niet schrikken, want ook deze conventionele antwoorden worden straks haarfijn uitgelegd en geoefend.
 

Je ziet dat de antwoorden op 1SA nog niet zo makkelijk zijn. Deze les zal ook met name ingaan op het openen van 1SA en niet zozeer op de mogelijke antwoorden, want dat doen we in les 9 wanneer we dieper ingaan op conventionele biedingen.

     

 


Les 6: Intermezzo

We laten alles nog eens rustig de revue passeren, want het is allemaal niet zo eenvoudig in het begin.

We willen benadrukken dat het belangrijk is dat je het bridgeboekje 'Van start tot finish' (of ander lesmateriaal: er zijn vele goede boeken met leermethoden voor het bridge verkrijgbaar) regelmatig ter hand neemt. Doe maar net alsof je weer op school zit en huiswerk meekrijgt. Dat werkte toen, dat werkt nu ook. Lees bijvoorbeeld om de dag één hoofdstukje en laat de materie rustig op je inwerken. In de bibliotheek is een keur aan bridgeboeken en lesmateriaal te vinden.

Kijk ook eens verder op deze website (tabblad 'bridge') of andere bridge sites. Kijk ook eens naar de puzzelrubriek in de IJmuider Courant. Daar worden iedere zaterdag 2 opvallende spellen geanalyseerd. Je zult ervan opkijken dat je best al een en ander begrijpt. Het is allang geen 100 % abracadabra meer.

En een laatste tip: Speel eens een bridgekoffer, gewoon thuis met medecursisten of samen met clubleden. Bridgeclub De Jump heeft deze koffers beschikbaar. Zie tabblad 'Contact'.

We kunnen er niet vaak genoeg op hameren: doe deze dingen. Lees, leer en speel! Het is de enige manier!

Wat bridge echt leuk en uniek maakt is dat een spel (op de clubavond of thuis met een bridgekoffer) door meerdere mensen wordt gespeeld en dat aan het einde de onderlinge scores kunnen worden vergeleken, waarna de stand kan worden opgemaakt.

Zie bijvoorbeeld eens een willekeurig spel van een willekeurige speelavond een aantal jaren geleden bij onze vereniging.

Noord is hier de deler; de kwetsbaarheid (komen we later op) is Noord-Zuid.

   N /NZ -    
    A 5    
    V B 10 9 8    
    V 10 9 6 5 4    
A H 10 5 4 B 7 6 2
8 B 9 6 4 3
A H 7 5 4 2 6 3
B H 8
    V 9 8 3    
    H V 10 7 2    
    -    
    A 7 3 2    

 

Kijk er maar eens rustig naar en verplaats je eens in de mensen die met deze kaarten in hun handen zitten en de bieding gaan beginnen. Op dit spel werd uiteindelijk het volgende door de diverse paren gespeeld

<
NZ-score aantal resultaat door paar NZ paar OW % NZ % OW
+1100  1 5 x -5 OW Swanink - Wonink Drijver - Pronk   100,00   0,00
+600  2 5 C NZ van den Eeckhout - van der Heijden Koster - van Nus   87,50   12,50
    5 C NZ Koorn - Stroet Hoek - Hoek 87,50 12,50
+500  2 4 x -3 OW Bosma - van der Kaaden Entius - Veldman   70,83   29,17
    3 x -3 OW Barends - Boonstra Drijver - Renaud 70,83 29,17
+150  2 3-3 OW Veldman - Veldman Visser - van Zuijlen   54,17   45,83
    4 -3 OW Boonstra - Creemers de Boer - van Kordelaar 54,17 45,83
+100  2 3 -2 OW Uphaus - Geus Bom - Schouten   37,50   62,50
    4 -2 OW Strating - Strating van Henten - Lursen 37,50 62,50
+50  1 4 -1 OW Bosma - Sintenie van Bodegraven - Pronk   25,00   75,00
-100  2 6 -1 NZ Muijs - Stroet van der Burg - van der Burg   12,50   87,50