Vervolgcursus Bridge

We hebben gemerkt dat bij onze leden die eerder de basiscursus hebben doorlopen, de behoefte bestaat aan een vervolgcursus. De eerste bridgestappen zijn nu gezet en het wordt tijd voor de volgende stap. Een korte herhaling van de belangrijkste onderwerpen uit de basiscursus maar daarna snel door naar het verbeteren en uitbreiden van de bied- en speeltechnieken. Deze cursus is bedoeld voor die mensen die hun spelkennis en inzichten verder willen ontwikkelen en die volgende stap op weg naar een completer bridge willen zetten.

 

Deze pagina is nog maar deels klaar. Over het lesprogramma wordt nog nagedacht, net als de invulling ervan.

 

 

 

Overzicht van de lessen:

Les 1 - herhaling / 5 kaart hoog Les 5 - safety play Les 9 - de Wet / wel of niet uitnemen
Les 2 - bieden op 2-niveau Les 6 - kennis van conventies Les 10 - geraffineerd (tegen)spelen
Les 3 - doubleren en het cuebid Les 7 - reverse bieden Les 11 - paren, butler en viertallen
Les 4 - uitspelen / snijden Les 8 - intermezzo/systeemkaart Les 12 - de spelregels / etiquette
   

 


les 1: Herhaling van de basiscursus en introductie van de vijfkaart hoog

In de basiscursus heb je kennis gemaakt met de eerste beginselen van het bridge. We hebben uitgelegd dat bridge een puntenspel is, dat enerzijds bestaat uit een biedronde waarin partners onderzoeken wat zoal de mogelijkheden zijn door zo goed mogelijk hun hand te beschrijven (kracht en verdeling) en anderzijds uit het spelen dan wel tegenspelen van het geboden contract. De eerste stappen in de bridge-arena zijn gezet, de eerste fouten zijn gemaakt en vragen van 'hoe zat dit ook alweer?' ontstaan dan als vanzelf.

In deze eerste les gaan we nog even kort in op het openen, het bijbod, het volgbod, 1- en 2 SA, Stayman en Jacoby en doubleren. Maar ook het uitkomen en algemene stellingen als tweede hand laag, derde man doet wat ie kan (en de uitzonderingen daarop), komen aan bod. Als dit allemaal bekend voorkomt en ook zo wordt toegepast op de clubavonden, dan ben je klaar voor deze cursus.

Verder zullen we er wederom de aandacht op vestigen dat je geen bridge kunt leren door het volgen van een enkele cursus en een speelavond in de week. Veel spelen (denk bijvoorbeeld aan de kofferbridge of bridge via internet), fouten maken en daarvan leren is noodzakelijk. Even belangrijk is het regelmatig bestuderen van lesmateriaal. Het moet een tweede natuur worden om het blad 'Bridge' dat je iedere maand krijgt goed te lezen en dan met name de artikelen 'bieden/spelen', 'Berry's quiz' en 'vraag het Bridge'.

We gaan de vijfkaart hoog introduceren. In de basiscursus hebben we geleerd dat elke vierkaart biedbaar is en dat blijft een belangrijk principe. Echter een of contract levert nu eenmaal meer op dan een vergelijkbaar of een contract en daarom is het verstandig om tijdens het bieden te kijken of er mogelijk muziek zit in de hoge kleuren. Een goed stuk gereedschap daarvoor is de 'vijfkaart hoog'. Vanaf nu openen we 1 en 1 met minimaal een vijfkaart, zodat partner al met een driekaart weet dat er een fit in die kleur is. Vijfkaart hoog heeft logischerwijs consequenties voor bepaalde verdelingen, zoals met name de 4-4-3-2 verdeling. Sommige paren spelen hier 'best minor' en openen hier 1 (of 1 bij een 4-4-2-3) maar vaker zie je dat met deze verdeling 1 wordt geopend (die, omdat het een 2-kaart zou kunnen zijn, door partner om die reden gealerteerd moet worden). We laten enkele voorbeelden zien en ook leggen we uit waarom het meestal beter is om met een vijfkaart hoog en 15-17 punten toch 1SA te openen.

 

     


les 2: bieden op 2-niveau

In de basiscursus hebben we geleerd dat het bieden op 2-niveau sterk is, waarbij 2 conventioneel was en 23+ beloofde; waarbij 2, 2 en 2 een sterke hand vertelde met minimaal 8 of 9 speelslagen (dat noemen we ook wel semiforcing of SF) in de geboden kleur en waarbij 2SA werd geopend met 20-22 punten met een evenwichtige verdeling.

In deze les gaan we je leren dat je de 2, 2 en 2 openingen ook (en eigenlijk beter) zwak kunt spelen. We gaan de zwakke twee introduceren!           

Je zult je misschien afvragen waarom we je eerst de sterke twee leren en vervolgens de zwakke variant. We doen dat omdat je in het bridgeveld zowel de sterke als de zwakke twee tegenkomt (het is maar wat een ieder met zijn partner afspreekt). Je moet dus weten dat beide varianten bestaan. Bovendien is het handiger bij de eerste prille stappen in de basiscursus dat onderscheid te maken, zodat het niet meteen te moeilijk  wordt.

Sterke 2 openingen hebben het grote voordeel dat partner direct weet hoe de vork in de steel zit en mogelijk direct aan een mooie manche of misschien zelfs aan een nog mooier slem denkt. Het nadeel is dat dergelijke mooie handen niet zo vaak voorkomen en dat je dus alle 2-openingen reserveert voor handen die je relatief maar weinig ziet. Daarom zie je de meeste bridgers de ruiten, harten en schoppenkleur op 2-niveau zwak openen.

Wat zijn de voordelen van de zwakke twee?

  • Het maakt het lastiger voor de tegenpartij om in de bieding te komen.
  • Ook hier weet je partner direct redelijk nauwkeurig hoe het zit en kan de juiste actie ondernemen.
  • Ze komen veel vaker voor en de verdeling is dan zodanig, dat je dit graag aan partner kenbaar wilt maken. Het is natuurlijk eeuwig zonde om met een zeskaart maar helaas slechts 7 punten te moeten passen. Het is dan gewoon goed om aan partner te kunnen vertellen dat je weliswaar zwak ben maar wel een mooie lange hartenkleur hebt.

En om het meteen maar wat ingewikkelder of uitgebreider te maken: we gaan je leren om de 2, 2 en 2 conventioneel te spelen. Zet je schrap!

  • De 2 gaan we reserveren voor de zogenaamde Multi coloured 2 of kortweg 'Multi' genoemd.
    • Je belooft dan een zwakke 6-kaart óf een zwakke 6-kaart . Met 'zwak' bedoelen we maximaal een punt of 10.

    • Ook brengen we hier de sterke, de 8 á 9 speelslagen belovende of in onder. Je hebt één van de vier kleuren (en meestal de zwakke dus). Het is aan je partner om uit te vinden welke. Maar goed, daar biedt de conventie een aantal standaard antwoorden voor om daarachter te komen.

  • 2 en 2 gaan we reserveren voor de zogenaamde Muiderberg conventie.
    • Die conventie belooft een 5-kaart in respectievelijk in met minimaal een vierkaart in een lage kleur erbij en geen opening (zeg vanaf 5 tot maximaal 10 punten).

Dat is nogal wat en dat ga je ook niet in één les onder de knie krijgen. Dat heeft tijd nodig maar in deze les maken we de eerste stap. Op de pagina conventies kun je de Multi en de Muiderberg uitgebreid lezen en bestuderen. Gewoon mee beginnen, lezen, herlezen en toepassen. Het kwartje valt vanzelf een keer.

Zoals je hebt kunnen lezen hebben we de sterke en de sterke ondergebracht in de Multi. Als oplettende lezer zul je je misschien afvragen waar je dan met je sterke en naar toe moet. Voorheen kon je gewoon 2 of 2 bieden maar ja, die hebben we nu gereserveerd voor de Muiderberg. Het antwoord is dat we die sterke handen gaan onderbrengen in het 2 bod. Die was toch al conventioneel, dus daar kan nog wel wat bij. Dat impliceert overigens wel dat de 2 opening niet meer per definitie mancheforcing (MF) hoeft te zijn, maar semi- of rondeforcing (SF) wordt.

We zijn er nog niet. Inmiddels hebben we de zwakke en ondergebracht in de Multi, maar hoe zit het met de zwakke (6-kaart, geen opening) en dan? Voor de zwakke hebben we helaas geen plek (dat wordt waarschijnlijk passen) maar voor de zwakke wel. Die brengen we ook onder in 2. Waardoor het 2 bod alle sterke varianten heeft maar ook een zwakke kan betekenen.

Even samenvattend:

  • 2: of 23+, of sterk (8 à 9 speelslagen) in of of zwak in
  • 2 Multi: zwak in of of sterk (8 à 9 speelslagen) in of
  • 2 Muiderberg: zwak met precies een 5-kaart én minimaal een vierkaart (langer mag ook) in of
  • 2 Muiderberg: zwak met precies een 5-kaart én minimaal een vierkaart (langer mag ook) in  of

En om het dan enigszins makkelijk af te sluiten. 2SA veranderen we (voorlopig) niks aan. Die blijft gewoon 20-22 punten

Het zal ongetwijfeld duizelen nu maar ook hier geldt dat bij regelmatige oefening en bestudering van de materie, de puzzelstukjes vanzelf in elkaar gaan vallen en het zelfs nog logisch wordt ook. In de vervolglessen (met name les 7 'kennis van conventies) zullen we er regelmatig op terugkomen.

 


Les 3: doubleren en het cuebid

Eerst maar eens wat tijd reserveren voor een vragenrondje naar aanleiding van vorige lessen. Een behoorlijke uitbreiding op de systeemkaart zo ineens en dat vraagt om herhaling en om verduidelijking. Het meeste werk daarvoor zal je op de speelavond en thuis moeten doen maar vragen mag natuurlijk altijd.

Daarna door naar het thema van deze les: doubleren en het cuebid.  Beginnende bridgers maken veel te weinig gebruik van deze prachtige biedinstrumenten en passen meestal omdat er in een gegeven biedsituatie (nog) geen oplossing is. Doubleren hebben we in hoofdlijnen in de beginnerscursus behandeld maar het is nu tijd om de mogelijkheden die het doublet (en redoublet) biedt verder uit te diepen. Ook het cuebid (kort gezegd: je biedt de kleur van de tegenstander) is zo'n machtig wapen dat niet in je biedarsenaal mag ontbreken.

Over alle mogelijke doubletten valt met gemak een boek te schrijven. We beginnen maar eens met dit overzichtje en gaan aansluitend het 'negatief doublet en de 'support double' introduceren. En omdat we het niet laten kunnen, ook een om te leren hoe het vooral niet moet: het Fredin Doublet, vernoemd naar de overigens zeer goede Zweedse bridger Peter Fredin die echter eens een klassieke blunder maakte die zijn team duur kwam te staan. Als je begrijpt wat er mis ging, zul je die fout nooit en te nimmer maken (zie de pagina 'bijzondere spellen' onder tabblad 'bridge' voor de analyse van dat spel).

Het cuebid

Zoals gezegd wordt een bod in dezelfde kleur van de tegenstander een cuebid genoemd.

Noord Oost Zuid West
1 2    
 

Het 2 bod is een cuebid. Omdat het niet voor de hand liggend is dat Oost een schoppencontract wil spelen, moet dit bod dus iets anders betekenen. Hier betekent het een sterke hand en kort in schoppen. Partner zeg wat! (het bod is uiteraard forcing).

Noord Oost Zuid West
1 1 2 2
3 pas 3 pas
?      
 

Hier is het 3 van Zuid ook een cuebid. Zuid wil wel 3SA spelen maar natuurlijk alleen als er op zijn minst een of een dubbele schoppenstop aanwezig is. Hij vraagt hier aan zijn partner om die stop (zuid zou bijvoorbeeld zelf V x x kunnen hebben en die wordt dan zeer waardevol op het moment dat partner een stop aangeeft). Heeft Noord geen stop in die kleur dan moet hij wat anders bieden.

Natuurlijk kunnen aan cuebids veel meer betekenissen worden gegeven. Het is een handige optie in situaties waar je geen goed natuurlijk bod voorhanden hebt maar wél de bieding op gang wilt houden. Ook maken sommige conventies als Ghestem en Michaels Cuebid er gebruik van. In deze les laten we je enkele voorbeelden zien.

Ter illustratie een zeldzame vorm van cue bidding:

  • hier is 1 een gewone opening met minimaal een vierkaart ruiten.

  • het 2-bod is de Ghestem conventie en belooft een tweekleurenspel met en .

  • het 3-bod geeft een zwakke hand aan met ruitensteun.

  • het 4-bod is mancheforcing in hetzij  of . Partner kies maar. Een dergelijk biedverloop zien we echter zelden of nooit, vandaar dat het wel aardig was om er een fotootje van te nemen.

 

   


Les 4: uitspelen / snijden

Na een paar lessen over het bieden, gaan we in de komende paar lessen de nadruk leggen op het spelen. Goed kunnen bieden is één ding; ze zeggen weleens: 'Bridge is a bidder's game' en dat is ook wel waar in die zin, dat te snel passen en het initiatief daarmee te snel aan de tegenstanders overlaten, in het algemeen minder goed scoort dan bieden met een beetje gezonde agressie, waarbij enig risico verantwoord is. Echter, uit- (en tegen-) spelen is minstens even belangrijk en blijft een essentiële pijler van het bridgespel. Goed kunnen bieden zonder goed te kunnen spelen is als een vaas zonder bloemen.

Op het moment dat de biedronde is afgelopen (wanneer dat volgens de spelregels precies is, laten we hier buiten beschouwing) begint de speelronde. In deze les gaan we er vanuit dat jij de leider bent, dat er links van je is uitgekomen en dat de kaarten van de dummy op tafel liggen. Jij mag nu gaan spelen.

We gaan leren dat je eerst een moment moet nemen om de kaarten van de dummy te bekijken (in combinatie met je eigen hand) en ook de uitkomst van de tegenpartij op waarde te schatten. In je gedachten begint zich een speelplan te vormen. Hoe ga je je contract halen? Waar liggen de gevaren? Zijn er voldoende entrees en zo nee, wat is de meest kansrijke manier om het op te lossen? Een goede basisregel hierbij is dat je bij een SA contract eerst je vaste slagen telt en bij een troefcontract de verliezende slagen. Zie tabblad bridge en bridgetechnieken voor een prachtig voorbeeld over het speelplan.

Snijden is een onlosmakelijk instrument om aan extra slagen te komen. Natuurlijk pas je dat al toe maar in deze les gaan we er wat dieper op in. Hoe het moet en hoe het vooral ook niet moet. De eenvoudige snit ken je natuurlijk, maar we gaan het ook hebben over de dubbele snit wanneer er twee honneurs ontbreken. We gaan het hebben over de situatie waar je gaat afwegen of je gaat snijden of gaat slaan. We herhalen het principe van 'honneur op honneur' en waarom dat goed is. En passant, ken je de kreet 'Chinese snit'? (normaal gesproken een voorbeeld van hoe het niet moet, tenzij je de tegenstander op een verkeerd been wilt zetten met de nodige risico's daarbij).

kansberekening

 
Ontbrekend aantal kaarten Zitsel Kans op dat zitsel
2 1-1 52%
  2-0 48%
3 2-1 78%
  3-0 22%
4 2-2 40%
  3-1 50%
  4-0 10%
5 3-2 68%
  4-1 28%
  5-0 4%
6 3-3 36%
  4-2 48%
  5-1 15%
  6-0 1%
7 4-3 62%
  5-2 30%
  6-1 7%
  7-0 1%

In elk spel dat je speelt, kom je in aanraking met het feit dat er in elke kleur kaarten ontbreken. Als het de troefkleur betreft zijn dit er in een gezond troefcontract maximaal vijf. Soms minder en een enkele keer ook meer. Het is dan goed om te weten dat er statistieken bestaan die de waarschijnlijkheid aangeven over hoe de ontbrekende kaarten bij je tegenstanders zijn verdeeld. Ook reuze handig in een Sans Atout contract, wanneer je je 'werkkleur' aan het ontwikkelen bent. Het kan je helpen om een keuze te maken met betrekking tot het wel of niet snijden. Als het een wilde gok dreigt te worden dan kun je altijd de kant kiezen die volgens de statistieken het meest kansrijk is.

Uiteraard staat hierbij 'common sense' bovenaan. De biedronde heeft al informatie opgeleverd waarmee je het zitsel al een beetje in kaart kunt brengen en dat is natuurlijk leidend. Toch is het goed om af en toe dit staatje weer eens te bekijken. Elke zichzelf respecterende bridger moet nu eenmaal weten dat bij 4 kaarten buitenboord, de kans het grootst is dat het 3 -1 zit verdeeld maar houdt er evengoed rekening mee dat het mogelijkerwijs ook 4 - 0 tegen kan zitten.

 

 

 

 

 

       

 


Les 5: safety play

In deze les gaan we het begrip safety play introduceren. In heel veel situaties heeft het te maken met de wijze waarop wordt gesneden; en eigenlijk is deze les daarom een vervolg op de vorige les 'uitspelen / snijden'. De naam safety play zegt het al een beetje: het op zodanige wijze afspelen van een spel zodat een minimaal aantal slagen zeker wordt behaald en waarbij we de kans op eventuele overslagen laten lopen maar tegelijkertijd ook het risico niet hebben dat we (te veel) down gaan. In het Nederlands wordt het ook omschreven als 'veilige speelwijze'.

Het idee is dat je naar het aantal kaarten in een willekeurige kleur kijkt, die je als leider samen met de dummy hebt om je dan vervolgens zo goed mogelijk te wapenen tegen een belabberd zitsel.

Een voorbeeld (*)

?? H B x x ??
 A 9 x x

Hoe wassen we dit varkentje als je als Zuid aan slag bent? Je ziet vaak genoeg dat mensen de Aas slaan (de vrouw zou immers kaal kunnen zitten) en vervolgens gaan snijden op diezelfde vrouw als dat niet zo is. Prima om dat zo te doen als je per se alle slagen nodig hebt, maar zoals net geopperd, gaan we nu uit van een slecht zitsel.

x H B x x V 10 x x
 A 9 x x

 

Je schrikt je natuurlijk half dood als je ineens ziet dat West in de tweede slag niet meer bekent en je beseft dat je met deze speelwijze nu maar twee slagen haalt. Gegokt en verloren dus. Toch, en dat is nu safety play, kun je in deze situatie altijd drie slagen halen. Je geeft dus de kans op alle slagen op maar voorkomt de situatie dat je maar twee slagen haalt. Hoe? Je speelt eerst een kleintje naar de Heer en daarna een kleintje terug met de bedoeling om te snijden. Wint West? Prima, de kleuren zaten dan 3-2 verdeeld en de laatste kaart, waar die ook zit, valt onder het aas. Zou Oost niet bekennen in de tweede ronde, dan zet je uiteraard de Aas en speelt vervolgens weer terug. Speelt Oost bijvoorbeeld de 10, dan neem je die met de Aas en heb je de boer en de 9 nog over. Hoe dan ook, altijd 3 slagen.

En zo bestaan er talloze speelfiguren waarbij je op 'safe' kunt spelen, als je maar weet hoe je dit aan moeten pakken. Uitgaan van het slechtste scenario nogmaals (dus de kaarten bij de tegenpartij niet netjes gelijk verdeeld maar op één hand en de vijandelijke honneurs zitten verkeerd) en vervolgens op de juiste wijze van en naar de dummy spelen. Ook hier komt de tabel met de kansberekening die we in de vorige les hebben behandeld van pas.

 

(*) bron: Cees Sint / Ton Schipperheyn: Spel en tegenspel 1


Les 6: kennis van conventies

Je bent al bekend met enkele conventies: Stayman en Jacoby speel je al en in les 2 die handelde over de 'zwakke twee openingen'  heb je de Multi-2 en Muiderberg geleerd. Die laatste twee gaan we in deze les herhalen (hopelijk heb je dat zelf in de tussentijd ook al een aantal keren gedaan en misschien zelfs al een keer aan de bridgetafel toegepast).

Daarnaast geven we een korte beschrijving (dus geen inhoudelijke behandeling) van enkele conventies die je in het bridgeveld tegen kunt komen. Zo bestaan er conventies die erop gericht zijn om na een vijandelijke 1SA opening in de bieding te komen. Voorbeelden hiervan zijn Multi-Landy, DONT en Brozel.

Ghestem is zo'n typische conventie die je veel op de systeemkaarten van je tegenstanders zult tegenkomen. Deze conventie wordt ingezet na een vijandelijke opening op 1-niveau en belooft kracht en een tweekleurenspel.

We introduceren Niemeijer als alternatief voor Stayman. Deze is vooral interessant als je een 1SA opening met een mogelijke 5-kaart hoog speelt.

Als je op weg bent naar slem, wil het weleens voorkomen dat er tijdens het azen vragen ineens wordt tussengeboden of gedoubleerd. Daar is bijvoorbeeld de conventie met de grappig klinkende naam dopi-ropi een oplossing om daarmee om te gaan.

Er zijn te veel conventies om ze hier in deze les allemaal te behandelen. Het gaat er om dat je weet hebt van enkele conventies en het nut dat ze dienen.

Zoals eerder gemeld, kun je je op pagina conventies hier verder in verdiepen.

Alerteren

Tijdens deze les gaan we ook weer in op het alerteren. Hoe zat dat ook alweer? Wanneer wel? Wanneer niet? Wie mag er vragen naar de betekenis? Wie moet er uitleggen en hoe moet de beantwoording zijn? Wat doe je als je je partner een verkeerde uitleg hoort geven? Wat doe je als hij vergeet te alerteren. Dit zijn zaken die hoor je als 'gevorderde' bridger te weten.

   

 

 


Les 7: reverse bieden

Deze les

       


Les 8: tegenspelen

Deze les

       


Les 9: de Wet / wel of niet uitnemen

In deze les laten we je kennis maken met de Wet, die is bedacht door de Amerikaanse topbridge Larry Cohen. 

   


Les 10: geraffineerd (tegen)spelen

De volgende situatie deed zich laatst voor: in het eindspel (van een SA contract) ligt er in de dummy nog Aas en 10 naast een nog verliezende klaver. De leider speelt zijn laatste kleine ruiten naar de tafel en denkt tegelijkertijd: snijden of niet snijden, want zowel de boer als de 9 zitten nog in het spel. Als hij de aas slaat gaat hij waarschijnlijk -1. Snijdt hij, en de boer zit goed, dan is het contract; zit de boer echter verkeerd dan gaat hij mogelijk zelfs -2. Hij moet dus een keuze maken.

??

 A 10

 4

??
 
 

 

3

Nu zit jij als tegenspeler (West) tussen de leider en dummy in en je hebt 9 en ook die bewuste boer (die zit dus goed maar dat weet de leider niet). Geraffineerd spelen betekent hier meteen zonder blikken of blozen de 9 leggen. Pokerface op en spelen die kaart!  Je moet eigenlijk van tevoren al bedacht hebben dat deze situatie zich gaat voordoen, want één enkele aarzeling en een geslepen bridgespeler weet meteen hoe het zit en kan het daarna niet meer fout doen. Dit moet deel gaan uitmaken van je bridgebagage. In deze les leren we een aantal van dit soort listige (maar volkomen legale) techniekjes om het de tegenspelers zo lastig mogelijk te maken.

Niet alles is overigens toegestaan. Lang 'nadenken' en vervolgens een singleton bijspelen om de leider de indruk te geven dat je meer kaarten in die kleur bezit, is natuurlijk uit den boze en roept om de uitnodiging van de arbiter. Het onderscheid tussen wat wel en niet kan is verder op zich logisch en duidelijk maar we maken er wel even melding van.

Oké, nog een voorbeeldje van listig tegenspelen: in een SA contract is de leider zijn als werkkleur aan het ontwikkelen. Je kunt in de 2e of 3e slag niet meer bekennen en moet een vuiltje bijgooien. Nog even los van mogelijke signalen, wat speel je bij? Het antwoord is een kleine . Als je een kleine of speelt, ziet de leider meteen dat je niet meer bekent maar dat kleine -kaartje zou hem mogelijk kunnen ontgaan waardoor hij hem gewoon meetelt en zich later gaat vergissen. "Verrek, ik dacht toch echt dat er al 12 ruitens uit waren!" Je hoeft het de leider niet makkelijker te maken door een donkere kleur bij te spelen. Uiteraard ziet een goede speler dit wel, maar als het wat later op de avond wordt, zou er zomaar eens eentje doorheen kunnen glippen. Het zal niet de eerste keer zijn.

Cross Ruff

In deze les ook aandacht voor een speciale uitspeeltechniek: cross ruff. Je hebt er misschien weleens van gehoord, maar wat is het nu precies?

Ingooien

Nog zo'n kreet die in de bridgearena met enige regelmaat voorbijkomt. Je geeft als leider bewust een slag aan een van de tegenstanders, wetende dat waar hij ook mee terugkomt, dat het altijd in jouw voordeel is. Twee eenvoudige voorbeelden:

    A V    
         
         
         
  H 8
8 7 A
A  
   
    4    
    7    
    3    
         
    4    
    9    
    B    
         
   
8 7 A H V
A  
   
    9    
    8    
    3    
         
Leider Zuid is aan slag en weet dat Oost de -heer heeft. Door na te spelen wordt Oost ingegooid. De resterende twee slagen zijn voor NZ.

 

Zuid is aan slag en is troef. Het lijkt erop dat er nog een en een verliezer is. Maar Zuid speelt harten en wederom is Oost ingegooid. Hij moet immers naspelen. Zuid kan nu die slag troeven in een hand en in de andere hand de verliezende weggooien die in de 13e slag ingetroefd wordt.

       


Les 11: paren, butler en viertallen

Op de club spelen we tijdens een seizoen, twee rondes butler en vier rondes paren. Hoe zat het ook alweer met de overeenkomsten de verschillen. Hiervoor verwijzen we naar de pagina butler die je op deze site kunt terugvinden en waarin alles helder wordt verklaard.

Wat we zelden of nooit doen op de club is viertallen, terwijl dat toch heel erg leuk is. We doen dat niet puur om praktische redenen: het is lastig te organiseren, want er moet dan per avond een even aantal viertallen zijn en het liefst nog een aantal zittingen achter elkaar ook om een competitie op te kunnen zetten. Wel wordt er jaarlijks in het district een viertallen-competitite gespeeld, waar ieder lid van de Jump aan mee mag doen. In deze les vertellen we je er iets over en we laten zien hoe de scores van een viertallenwedstrijd worden uitgerekend.

 

       


Les 12: de spelregels en etiquette

Naast bieden en spelen kent het bridge nog een derde belangrijke loot: de spelregels, of volledig: 'spelregels voor wedstrijdbridge', die worden opgesteld door de WBF, de World Bridge Federation. Een aantal van die spelregels ken je al, want daar heb je telkens mee te maken als je gaat bridgen. Het schudden aan de eerste tafel bijvoorbeeld. Je weet dat minimaal één van de tegenstanders (of de wedstrijdleider) daarbij aanwezig moet zijn om achteraf eventuele verdenkingen te voorkomen. Maar om nu in de sfeer van het schudden te blijven: wat doe je als tijdens het schudden een kaart open op tafel valt? Mag je overschudden na een rondpas aan de eerste tafel? Het is allemaal in de spelregels vastgelegd.

De spelregels geven de juiste gang van zaken aan met betrekking tot het bieden en het spelen. Daarnaast bieden de spelregels een oplossing voor wanneer er tafel iets mis gaat en de arbiter moet worden uitgenodigd om iets recht te zetten. En dan zijn er werkelijk voorbeelden te over: bieden voor de beurt, onvoldoende bieden (1 volgen na een 1 opening bijvoorbeeld), een ontoelaatbare bieding doen (8 na 7SA is een duidelijke ontoelaatbare bieding), verzaken, voor de beurt voorspelen, een kaart die zoek is, onterecht claimen. Je kan het zo gek niet bedenken of de spelregels bieden soelaas. Natuurlijk hoef je dit allemaal uit je hoofd te weten, bovendien zijn er aparte cursussen voor die door het district worden gegeven. Maar hoe dan ook, een gevorderde bridger heeft enige kennis van de spelregels.

Een deel van de spelregels gaan over fatsoen en hoe je je behoort te gedragen aan tafel. Ben je in het bezit van een spelregelboekje, lees dan artikel 74 er maar eens op na (de spelregels zijn trouwens ook via tabblad 'bridge' op deze site terug te vinden, net als het boekje 'Gids voor bridge' van Rob Stravers). In deze laatste les, gaan we daar nog eens op in.  De do's en de don'ts, de rol van de arbiter, het omgaan met toeschouwers, het overhandigen van de systeemkaarten, dat soort zaken komen tijdens deze les aan bod.